Frank Kunneman schetst uitdagingen en oplossingen voor corporate governance tijdens diesrede UoC

Nieuws

9 september 2014

Prof. dr. Frank Kunneman, managing partner van VanEps Kunneman VanDoorne, heeft dit jaar de diesrede uitgesproken ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar van de University of Curacao.

De opening vond plaats op vrijdag 5 september en centraal in de rede stond de vraag of corporate governance - het geheel van processen en organen waarmee organisaties worden bestuurd en gecontroleerd - 'van ons allemaal' is. Een vraag die niet met een duidelijk ja of nee te beantwoorden is, al is de uiteindelijke conclusie van de rede dat dat wel degelijk het geval is. Het wordt echter nog onvoldoende gevoeld en in daden tot uitdrukking gebracht.

Corporate governance is volgens Kunneman met name relevant voor overheidsentiteiten, de financiële instellingen en voor familiebedrijven en het midden- en kleinbedrijf. Voor elk van deze drie groepen geldt een eigen reguleringskader, maar ze hebben allemaal te maken met eisen aan integriteit, transparantie, verantwoording en evenwicht in het systeem van checks and balances. De noodzaak voor die vereisten wordt door Kunneman duidelijk gemaakt met een berekening van het OECD, dat dit jaar bekendmaakte dat meer dan 5% van het wereldwijde bruto nationaal product (USD 2,6 triljoen) verloren gaat door corruptie.

Dat corporate governance nog niet voldoende door iedereen wordt gevoeld en in acties wordt omgezet, heeft te maken met enkele uitdagingen. Zo geldt voor overheidsentiteiten dat de politieke aansturing daarvan nog onvoldoende is doordacht en vormgegeven. De wereldwijd toenemende regulering als gevolg van de verschillende economische crises, is de belangrijkste uitdaging voor financiële instellingen. Zij ervaren deze regulering als een wurggreep.

Kunneman spreekt niet alleen in uitdagingen maar draagt ook oplossingen aan, die volgens hem gevonden moeten worden in de gulden middenweg. Financieel toezicht is noodzakelijk, maar overregulering uit den boze. Dat kan in praktijk gebracht worden door bijvoorbeeld light-versies van de Code Corporate Governance voor kleinere overheidsentiteiten en het mkb, en de invoering van zogenaamde fit & proper-testen zoals die ook door financiële instellingen worden gebruikt voor (grotere) overheidsentiteiten. In dat opzicht zou het parlement een grotere verantwoordelijkheid moeten nemen, zo sluit Kunneman zijn rede af.