Ach!

Blog

11 december 2019

Twee weken geleden verscheen Nederlandse media het bericht dat een groep oplichters de huizen van bejaarde mensen langs ging. Zij deden zich voor als zusters en broeders van de prik-dienst. Terwijl het oudje zich bereidwillig liet prikken door de ene oplichter, haalde de andere rustig weg wat hij maar mee kon nemen uit de woning van de bejaarde. Het journalistieke commentaar bij dit bericht was dat deze vorm van diefstal werkelijk van het allerlaagste allooi was.

Ik vond dat merkwaardig. We delen diefstal dus in verschillende categorieën in. Je hebt hoogwaardige diefstal (Robin Hood?), bewonderenswaardige diefstal (the Great Robbery), normale diefstal (je huis is leeg als je terug komt van vakantie), verschrikkelijke diefstal (Atrako) en diefstal van het allerlaatste allooi. Dat is dan het misleiden en beroven van bejaarden. Toch blijft het diefstal.

Met integriteit is het een beetje hetzelfde. Op de vraag “kan je een beetje integer zijn?“ antwoorden de meeste mensen negatief: je bent òf integer òf niet. Voor corporate governance is dat belangrijk. Immers, als je ofwel integer bent, ofwel niet integer, dan moet je als Raad van Commissarissen je direct ontdoen van een bestuurder die niet integer is gebleken.

“Het grootste probleem en ook de grootste schade voor de organisatie, zit juist in het grensgebied tussen gedrag dat net niet integer is en gedrag dat het net wel is”

De praktijk leert dat dit veel te simpel is. Het grootste probleem en ook de grootste schade voor de organisatie, zit juist in het grensgebied tussen gedrag dat net niet integer is en gedrag dat het net wel is. In dit grijze gebied kan je van mening verschillen of het wel of niet om integer gedrag gaat. Integriteit is dus niet digitaal. Dat heeft een aantal redenen. Wat integer gedrag is, verschilt van plaats en van tijd tot tijd. Daardoor zijn sommige mensen en ook organisaties zich niet eens bewust van een gebrek aan integriteit.

Sociaal-psychologisch onderzoek uit de jaren 50 van de vorige eeuw (Leon Festinger, 1957) heeft al aangetoond hoe wij mensen allemaal geneigd zijn een gevoel van onrust dat we hebben als het ware weg te redeneren. Dit doen we omdat ons gedrag eigenlijk niet spoort met hoe we vinden dat het zou moeten zijn. Sociaal-psychologen noemen dit cognitieve dissonantiereductie. Als je een nieuwe auto wilt kopen en je twijfelt tussen diesel, benzine en elektrisch, dan weeg je alles goed tegen elkaar af. Heb je eenmaal je keuze gemaakt voor een van de drie, bijvoorbeeld diesel, dan zal je al snel de twee andere keuzemogelijkheden helemaal verwerpen. Het knagende gevoel dat diesel achteraf misschien toch niet de juiste keuze was, stop je zo ver mogelijk weg. Dat beïnvloedt ook je waarneming. Na je keuze voor diesel, merk je opeens dat er heel veel dieselauto’s rond rijden. Op een feestje praat je vooral over de vele voordelen daarvan.

Hetzelfde mechanisme geldt voor al die republikeinen die in de Verenigde Staten de leugens en het misbruik door hun president consequent goed praten. Cognitieve dissonantiereductie. Met integriteit is het precies hetzelfde. Als iemand in de Raad van Commissarissen op de rand van integriteit handelt (bijvoorbeeld bij een dreigend conflict of interest), dan worden direct allemaal argumenten opgesomd waarom het in dit geval juist geen conflict of interest is. Als een directeur/bestuurder zich vrijpostig gedraagt tegenover zijn secretaresse, dan wordt al snel gezegd “het was maar een geintje” of “ze is een volwassen vrouw en ze had toch ook ‘nee’ kunnen zeggen?”.

Iedereen heeft de neiging om onwenselijk gedrag in dit grijze gebied te vergoelijken. Raden van Commissarissen doen dat vanzelfsprekend ook. Een van de grootste uitdagingen en ook interessante onderdelen van het bewaken van integriteit in een organisatie is het onder ogen zien van precies dit grijze gebied en het nemen van de juiste maatregelen om daar effectief mee om te gaan. Niks te ‘ach’!

Deze blogpost is ook in het Papiaments beschikbaar. Download de PDF versie. De Nederlandse PDF versie is ook beschikbaar als download.

Heeft u zelf een vraag over corporate governance? Mail deze dan naar governance@ekvandoorne.com en wellicht wordt uw vraag in de volgende column behandeld.