VanEps Kunneman VanDoorne staat CBCS succesvol bij in kort geding

Ervaring

22 februari 2018

Op 14 februari 2018 deed het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao uitspraak in de kort geding procedure, die was ingesteld door de voormalige president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), de heer Tromp, tegen de CBCS. De Centrale Bank werd in dit kort geding succesvol bijgestaan door partner Mayesi Hammoud en junior associate Tiffany de Palm.

De CBCS heeft een vordering op de heer Tromp ter zake voorgeschoten kosten van rechtsbijstand en fiscaal advies. De CBCS heeft een deel van haar vordering op de heer Tromp met (een gedeelte van) de beëindigingsvergoeding van de heer Tromp verrekend. De heer Tromp stelde dat de CBCS niet bevoegd was om deze kosten te verrekenen en eiste uitbetaling van de vergoeding. De vorderingen van de heer Tromp zijn door het Gerecht afgewezen. Volgens het Gerecht kan worden aangenomen dat de CBCS een opeisbare vordering heeft op de heer Tromp en was de CBCS bevoegd haar vordering ter zake de voorgeschoten kosten te verrekenen.

In de lokale dagbladen werd uitgebreid verslag gedaan van het kort geding. De artikelen die verschenen in het Antilliaans Dagblad en de Amigoe zijn via onderstaande links beschikbaar: